Wasmachineman

SFE Moderator
  • Content Count

    7,771
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    169

Wasmachineman last won the day on February 11

Wasmachineman had the most liked content!

Community Reputation

664 Excellent

About Wasmachineman

  • Rank
    L & K
  • Birthday 12/27/1967

Profiel Informatie

  • M/V
    Man
  • Woonplaats
    Hoorn nh
  • Beroep
    Accountmanager Fulfilment logistics
  • Interesses
    Duh!!

Auto

  • Merk
    Na 5 x Octavia nu...
  • Type
    ...een Renault Megane station
  • Uitvoering
    Bose
  • Motor
    1.3 140 pk ­čĆÄ
  • Tuning
    Nope
  • Transmissie
    6-bak
  • Kleur
    Zilver Metallic
  • Bouwjaar
    2019
  • Eigenaar sinds
    1 september 2019
  • Kilometerstand
    10
  • Opties
    Fully loaded
  • Radio- / Navigatiesysteem
    Bose

Contact Methodes

  • Website URL
    www.facebook.com

Recent Profile Visitors

6,614 profile views
  1. Hopelijk wordt het geen aftreksel maar inderdaad....die kans is groot. Fingers crossed.
  2. Bron: www.autoweek.nl Skoda komt binnenkort met haar eerste volledig als EV ontwikkelde auto voor de iV-familie. In aanloop naar de onthulling laat het Tsjechische merk weten hoe die elektrische SUV gaat heten. Op de achterklep van SkodaÔÇÖs nieuwe elektrische auto prijkt de naam ÔÇśEnyaqÔÇÖ. Achter deze naam zit volgens het merk een hele filosofie. Zo verwijst de beginletter naar de elektrische aandrijflijn en staat de Q voor de carrosserievorm. De namen van alle SUVÔÇÖs van Skoda eindigen namelijk op een Q, zoals de Kodiaq, Kamiq en Karoq. Die namen komen uit Noord-Canada en Groenland van de Inuit, maar de nieuwe elektrische SUV ontleent zijn naam uit Ierland. In het Iers staat ÔÇśenyaÔÇÖ namelijk voor ÔÇśbron van levenÔÇÖ. Skoda laat weten dat alle elektrische modellen een Ierse verwijzing in de naam krijgen. De Enyaq is het eerste Skoda-model dat op het nieuwe MEB-platform van de Volkswagen Groep staat. Andere autoÔÇÖs, zoals de Volkswagen ID.3 en de Seat el-Born, maken al gebruik van dit platform. Die Volkswagen en Seat lijken verder ook sterk op elkaar. Skoda heeft een tijd geleden vooruitgeblikt op een elektrische auto met de Vision iV. Dit is meer een SUV met een sportief getekende daklijn, terwijl de Enyaq meer een 'reguliere SUV' belooft te worden. We mikken er echter wel op dat de Enyaq veel ontwerpinvloeden van de Vision iV krijgt. Waarschijnlijk vertoont de auto verder vooral overeenkomsten met de aanstaande SUV uit Volkswagens ID-familie, die waarschijnlijk ID.4 gaat heten. Eind vorig jaar blikten wij al vooruit op het productiemodel van de Vision iV, die beelden zijn hier te vinden. Na de Citigo iV is deze Enyaq de tweede elektrische Skoda. Het merk investeert dit jaar twee miljard euro in de iV-lijn. Rond 2025 is het aandeel van ge├źlektrificeerde autoÔÇÖs goed voor een kwart van SkodaÔÇÖs verkoop.
  3. Verkooppraatjes Ed maar ik hoop inderdaad dat jij gelijk hebt. Praktijk zal het uitwijzen. Mijn allereerste Octavia uit 2007 heb ik ook laten verlagen, 3 cm. Ik vond het heerlijk maar ik was de enige haha. Stuurt inderdaad veel beter en die wielkasten zijn ook mooier gevuld. Ik zou best wel nu ook die Megane willen verlagen maar heb er het geld niet voor over dus laat het maar zo.
  4. @EdK liep gewoon leeg qua brandstofkosten bij Jetje. Dus vandaar die F3 die veel zuiniger is vanwege de betere stroomlijn en 1 cilindertje minder ook nog. Die rug van Ed krijgt wel meer klappen nu maar wie mooi wil zijn zal pijn willen lijden. Toch Ed??
  5. LED verlichting: ik zou ook niet meer zonder willen. Wat een verschil qua looks. Verder is deze VW gewoon erg mooi, @MarcoO2 en lekker luxe ook. DSG is gewoon erg fijn, die mis ik zeker!
  6. Goed bedacht, @Cordoba. De 1e generatie vond ik wel heel erg lijken op de toenmalige Octavia in het klein, was erg mooi gelukt. De 2e generatie was inderdaad alleen een succes vanwege de 1.2 diesel motor erin die zorgde voor 14% bijtelling. De derde is scherp qua design en ziet er goed uit. @Skoody Boo ga jij jouw Faab nu ook weg doen?? Welkom @Dickler, Heeft jouw naam nog enige betekenis?
  7. Over een jaar dus inruilen, Ed! Toch weer iets hogers voor jou zoals een Kamiq of Karoq? Die zijn een stuk liever voor jouw dierbare rug.
  8. Tijd over voor wie, @Cordoba?? Met jouw priv├ę wagen rijdt je dus 30k km in 3 jaar. Of 2 jaar? Hoe jong is deze Faab ookalweer? Ik rijd 120 km per dag, 60 km een enkele reis dus. Jouw woon-werkverkeer is veel minder natuurlijk: de helft?? ÔÇťMijnÔÇŁ auto heeft echt een heerlijk leventje dus, snelweg en snelweg kilometers.
  9. Bron: www.wikipedia.nl Geschiedenis en het ontstaan van Skoda Het begin: Laurin & Klement L&K Voiturette (1905) De historie van ┼ákoda begon op 18 december 1895 in Mlad├í Boleslav, Oostenrijk-Hongarije. Daar begonnen de technicus V├íclav Laurin en de boekhandelaar V├íclav Klement de productie van Slaviafietsen, naar de legende dat V├íclav Klement ontevreden was over de kwaliteit van de fietsen die op dat moment werden verkocht. In 1899 begon hun fabriek met het produceren van motorfietsen die zowel in wedstrijden als op de weg succesvol waren; in drie jaar tijd werden er 2000 van geproduceerd. In 1901 presenteerde Laurin & Klement een tweecilinderauto op de autotentoonstelling van Wenen. Het zou echter tot 1905 duren voor deze eerste auto, L&K type A "Voiturette", in productie ging. Korte tijd later verschenen er sterkere en grotere modellen, analoog aan Ford getypeerd met letters: type B, type C, enzovoort. In 1907 werd de onderneming een naamloze vennootschap en in 1912 werd de Reichenberger Automobil Fabrik overgenomen. Spoedig was L&K de belangrijkste autofabrikant in Oostenrijk-Hongarije. De fabrieken produceerden inmiddels naast motorfietsen en auto's ook vrachtwagens, bussen, stationaire motoren, landbouwmachines en walsen. De export ging voornamelijk naar Rusland (40%) en overige Europese landen, maar ook werden wagens verscheept naar Japan, Amerika, Australi├ź en Nieuw-Zeeland. In races en rally's gooide L&K hoge ogen. Zo werd in het jaar 1914 in 34 wedstrijden 32 keer de eerste prijs behaald. In augustus 1914 raakte Oostenrijk-Hongarije in oorlog. L&K werd, net als de machinefabriek ┼ákoda, geheel ingezet voor de productie van legermaterieel. Fusie met ┼ákoda ┼ákoda Popular cabriolet (1935) Na de Eerste Wereldoorlog werd in 1918 de onafhankelijkheid van Tsjechoslowakije uitgeroepen en in 1919 algemeen erkend. Binnen het oude keizerrijk was Bohemen het industri├źle centrum geweest en van deze concentratie van technische bedrijven profiteerde het nieuwe land sterk. L&K ontwikkelde tussen 1919 en 1925 nog twee automodellen: de S en de T. In 1925 volgde de fusie met machinefabrikant ┼ákoda uit Pilsen. ┼ákoda was, en is, een belangrijke producent van spoorwegmaterieel, trams en trolleybussen, scheeps- en stationaire motoren en vliegtuigmotoren. De L&K-modellen werden aanvankelijk onder de merknaam L&K-┼ákoda op de markt gebracht, maar vanaf 1926 onder de merknaam ┼ákoda. Wel bleef V├íclav Klement technisch directeur. Vooroorlogs succes Tussen 1926 en 1945 produceerde ┼ákoda met succes zeer moderne personenwagens, zoals de kleine en lichte Popular (1935-1945). Vier ervan reden in 1934 een promotierit heen en terug naar India. De Popular won de Rally van Monte Carlo in 1936. Daarnaast bouwde ┼ákoda enkele luxe modellen met zes- en achtcilindermotoren zoals de ┼ákoda 860 en de Superb. ┼ákoda was een van de weinige merken die de Knight-schuivenmotortoepaste. De Duitse bezetting Tijdens de Duitse bezetting werd ┼ákoda (tussen 1939 en 1945 "Reichswerke Hermann G├Âring") gedwongen legermaterieel te produceren, waaronder voertuigen met vierwielaandrijving en rupsvoertuigen zoals de Hetzer. Tijdens de oorlogsjaren werden als enige civiele voertuigen de bestelauto's 254 en 256 geleverd. Op 9 mei 1945 slaagde het terugtrekkende Duitse leger erin delen van de fabriek te vernielen, maar ┼ákoda kwam de volgende dag toch merendeels onbeschadigd in handen van het Rode Leger. De Russische autoriteit herstelde de productie snel en ┼ákoda profiteerde daar sterk van in het verwoeste Europa. In Nederland was ┼ákoda na de bevrijding als enige Europese merk goed leverbaar. Na de oorlog In 1945 ging de autofabriek onafhankelijk van de machinefabrieken in Pilsen verder, met behoud van de naam en het logo, tot het bedrijf in 1949 door de staat werd overgenomen en in 1950 werd ondergebracht in de Motokov-groep als AZNP Mlad├í Boleslav (automobilov├ę z├ívody, n├írodn├ş podnik: staatsautofabriek van Mlad├í Boleslav). ┼ákoda was binnen Motokov gelieerd aan de overige Tsjechoslowaakse producenten van auto's, vrachtauto's, bussen, motorfietsen, landbouwmachines en toebehoren, met als voordeel een gezamenlijke productie van onderdelen en een gezamenlijke exportorganisatie met vestigingen in 54 landen en (in topjaar 1973) een jaaromzet van 600 miljoen dollar. Motokov verkocht in Nederland niet alleen ┼ákoda-auto's, maar ook met o.a. Jawa- en CZ-motorfietsen, Tatravrachtwagens, Zetortractoren en Barumbanden. Tatra-personenwagens en Liaz-vrachtwagens zijn in Nederland sinds de jaren 50 niet meer ge├»mporteerd. Na de oorlog produceerde ┼ákoda geen wagens meer uit het topsegment. In 1951-1952 werden wel 2100 stuks hogere middenklassers Tatra 600 (Tatraplan) geproduceerd in Mlad├í Boleslav, tot Tatra in Kop┼Öivnice de productie in 1952 geheel overnam. De topklasse zou onder Motokov-leiding voortaan worden vertegenwoordigd door de achtcilinder Tatra T603 van 1956 en zijn opvolgers. De 1101 en 1102 (Tudor) Zie ┼ákoda 1101/1102 voor het hoofdartikel over dit onderwerp. ┼ákoda 1102 roadster (1946) Op basis van de vooroorlogse ┼ákoda Popular bracht ┼ákoda in 1946 de 1100-serie uit. Als gevolg van gebrek aan grondstoffen was men gedwongen houten delen in de carrosserie te verwerken, maar het chassis met centrale buis zorgde voor een robuuste auto die nog decennialang in Oost-Europa te zien zou zijn. De onafhankelijke wielophanging rondom zorgde voor comfort op slechte wegen. De wagen had geen 1100 cc, zoals de naam suggereerde, maar een 1000 cc kopklepmotor van 32 pk en een topsnelheid van 100 km/h. De 1200, 1201 en 1202 Zie ┼ákoda 1200 voor het hoofdartikel over dit onderwerp. ┼ákoda 1200 (1952) In 1952 werd de ┼ákoda Tudor verbeterd: Op een verlengde wielbasis stond nu een volledig stalen carrosserie die voldeed aan de smaak van de jaren 50 en zonder "zelfmoordportieren". De wielbasis werd vergroot van 248 naar 269 cm, en er kwamen twee motorversies: de 1200 had een motor van 1221 cc met een vermogen van 36 pk en een top van 105 km/h, de iets opgevoerde 1201 had 47 pk aan boord en haalde een top van 120 km/h. Vanaf 1955 werd een modificeerde versie met een krachtiger motor geproduceerd als ┼ákoda 1201. Van 1961 tot 1973 werd vervolgens de ┼ákoda 1202 geproduceerd, uitsluitend als combi, bestelwagen en pick-up. De 440, 445 en 450 (Spartak) Zie ┼ákoda 440 voor het hoofdartikel over dit onderwerp. ┼ákoda 445 (1955) ┼ákoda Octavia (1961) In 1955 stond een gemoderniseerde versie van de 1200-serie op het Autosalon in Brussel. Op het oude chassis met centrale buis stond een moderne carrosserie, die nu ook tweekleurig gespoten leverbaar was. De 440 kreeg een iets opgevoerde motor van 42 pk, de 445 de 1201-motor van 47 pk. De Octavia en de Felicia ┼ákoda Felicia (1959) ┼ákoda 1100 MB (1964) Na een ingrijpende facelift in 1959 noemde men de 440-serie "Octavia". Naast de nieuwe carrosserie was ook de wielophanging aangepakt: de wagen had nu schroefveren op de vooras in plaats van een dwarse bladveer en ook de achterwielophanging was verbeterd. Op basis van deze Octavia werd een tweedeurs roadster uitgebracht, de Felicia. Deze cabriolet kent tegenwoordig een schare liefhebbers en is ook in Oost-Europa niet meer voor weinig geld te koop. De 1000 MB, 1100 MB en MBX Zie ┼ákoda 1000 MB voor het hoofdartikel over dit onderwerp. ┼ákoda 110 R (1974) Toen de leiding van Motokov in 1955 het Parijse Salon d'Automobile bezocht, was zij op zoek naar een auto die als voorbeeld kon dienen voor de ┼ákoda van de toekomst. Hun oog viel hierbij op de nieuwe Renault Dauphine. De plaatsing van de motor achterin kon flink kosten besparen (immers is daarmee de hele aandrijflijn als geheel in te bouwen) en met Volkswagen hadden ook BMW, Fiat, NSU, Renault, Hillman en Chevrolet succes met deze formule. In Mlad├í Boleslav gingen de ingenieurs aan de slag, met als resultaat de ┼ákoda 1000 MB die in 1959 als prototype gereed was. In 1960 werden 50 wagens gebouwd, die als "nul-serie" miljoenen testkilometers aflegden van de poolgebieden tot de Sahara. Voor de productie verrees een nieuwe fabriek, die van de centrale planners met allerlei nieuwigheden moest worden uitgerust en daardoor jaren te laat werd opgeleverd. Hierdoor kwam de productie pas in 1964 op gang. Toen de 1000 MB eindelijk verscheen, werd hij door de westerse pers goed ontvangen. Technisch was hij vergelijkbaar met o.a. de Simca 1000, de NSU Prinz 1000/1200 en de Renault R10. Het geheel nieuwe, 48 pk sterke motorblok was van dunwandig, met ribben versterkt aluminium, wat zorgde voor een laag gewicht achter de achteras. De oersterke carrosserie was niet alleen fraai, maar ook opvallend ruim en comfortabel. De wagen bood een voor die tijd gebruikelijke topsnelheid van 125 km/h, onafhankelijke wielophanging rondom, radiaalbanden, een remkrachtverdeler en een volledig gesynchroniseerde vierversnellingsbak. En hij kostte weinig, althans voor de West-Europese exportmarkt, want deze auto moest vooral voor deviezen zorgen. In 1965 verscheen de ┼ákoda 1100 MB en in 1967 de tweedeurs-┼ákoda MBX met een tot 52 pk opgevoerde motor. Een stationversie (met liggende motor) is ontwikkeld maar nooit in productie gegaan. Om toch aan de vraag naar stationwagens te blijven voldoen, werd de ┼ákoda 1202 tot 1970 verder gebouwd om te worden opgevolgd door de 1203 Minibus. De 100, 110 en 110 R Zie ┼ákoda 100 en ┼ákoda 110 R voor de hoofdartikelen over dit onderwerp. De jaren zeventig en tachtig kenmerkten zich door stagnatie in de gehele Oost-Europese auto-industrie: er werden in de Comeconlanden na 1970 nauwelijks nieuwe ontwerpen in productie genomen en ├íls er al iets nieuws kwam, dan waren het licenties van Fiat (Polski Fiat, Zastava, Lada) en Renault (Dacia). Concurrentie zoals in de kapitalistische landen kende men niet, elke ┼ákoda was immers al verkocht voor hij van de band liep en winststreven was niet aan de orde. In dit weinig innoverende politieke klimaat werd het ┼ákoda slechts toegestaan het 1000 MB-ontwerp periodiek te moderniseren. Zo werd een moderne middenklasser met twee tot vijf deuren en een 1500 cc aluminium motor voorin, type "720", geheel productiegereed gemaakt, maar de Motokov-leiding vond een nieuw model niet nodig. Honderdzeventien testauto's werden vernietigd en de ontwerptekeningen (een fraaie koets van Italdesign) gingen in de kluis. Een kleiner, voorwielaangedreven type 740 (een nevenontwikkeling met de Oost-Duitse Trabant en Wartburg) stuitte op hetzelfde politieke veto - waardoor de Oost-Duitsers nog twee decennia met tweetaktauto's bleven rijden. En er was nog een tegenslag: in augustus 1969 woedde een grote brand in de fabriek en ging de ontwikkelingsafdeling, met testrapporten, tekeningen en kleimodellen, voorgoed verloren. In 1969 werd de 1000 MB-serie (ondanks de door de brand beschadigde productielijnen) opgevolgd door de modellen 100 en 110. Technisch was er nauwelijks verschil met de 1000MB/1100MB, maar de carrosserie was gemoderniseerd. In 1970 verscheen de nu gezochte 110 R coup├ę met een iets (52 pk) opgevoerde motor, dankzij een Sokolov-registercarburateur en dubbele inlaat- en uitlaatspruitstukken. Een dashboard met extra instrumenten, kuipstoelen, een sportstuur en (vanaf 1974) ingebouwde verstralers gaven deze ┼ákoda een heel eigen gezicht. Schijfremmen en een stabilisatorstang benadrukten het sportieve karakter. Met een top van 145 km/h en een acceleratie van 1ÔÇô100 km/h in 18 seconden bleef deze ┼ákoda niet achter bij de (veel duurdere) concurrentie. De carrosserie van de 110 R werd speciaal in Kvasiny gebouwd en was helaas vrij roestgevoelig doordat, in tegenstelling tot de sedan, hier geen fosfateringsinstallatie en elektrostatische lakstraat beschikbaar was. De 130 RS, 180 RS, 200 RS en 1100 GT ┼ákoda 1100 GT (1969) Voor competitiedoeleinden werd de 110R-body uitgerust met zwaardere motoren: de zestienkleps-130-RS had 110 pk aan boord en de 180 RS en de 200 RS 154 pk en 166 pk en behaalden topsnelheden van 200 en 220 km/u. Uiteraard met verlaagd onderstel, stabilisatoren en schijfremmen rondom. Deze ┼ákoda's, met de bijnaam "Praagse Porsche", bleken hun mannetje te staan: in de jaren zeventig en tachtig won ┼ákoda Motorsport er zeventien keer op rij de RAC-rally mee. De 200 RS won in 1977 de Rally van Monte Carlo. Op dezelfde basis werden ook Formule 3-auto's gebouwd en ook die wonnen vaak. Het is opvallend dat het team van ┼ákoda Motorsport met een ontwerp van een gezinsauto uit 1964 zulke successen kon boeken tegenover de nieuwste, speciaal ontworpen sportwagens van de concurrentie. Parallel aan de ┼ákoda 110 R coup├ę werd in 1969 door het Praagse ontwerpbureau ├ÜVMV een sportwagen ontwikkeld met fiberglas carrosserie, de ┼ákoda 1100 GT. Met zijn opgevoerde 1100-motor van 75 pk en zijn lagere CW-waarde behaalde de auto een top van 175 km/h. Voor zover bekend zijn er slechts enkele honderden gebouwd tot de productie in 1971 werd gestaakt. De 105, 120 en 130 Zie ┼ákoda 742 en ┼ákoda Garde voor de hoofdartikelen over dit onderwerp. ┼ákoda Garde In 1976 tekende Bertone de modellen 105, 120, 130 en 130 Rapid coup├ę met veiligheidsvoorzieningen zoals kreukelzones en een rolbeugel, de benzinetank werd veilig opgeborgen onder de achterbank en de gewichtsverdeling werd verbeterd. De carrosserie was een kleinere versie van de eerder ontworpen 720, maar dit kon niet verbergen dat het chassis afstamde van de 1000 MB uit 1964. Zo werd nog steeds gebruikgemaakt van pendelassen, waardoor de wielvlucht niet constant was, wat kon leiden tot dribbelen en uitbreken van de achterzijde bij extreem bochtenwerk. Autojournalisten kwamen nu plotseling tot het oordeel dat de ┼ákoda "gevaarlijk" was, nogal cynisch als men bedenkt dat juist dit model als geheel een stuk veiliger was dan zijn voorganger. Bovendien was dit model stiller: radiateur en koelventilator verhuisden naar de voorzijde, hoewel daarmee - met een inhoud van 19 liter - ook een kwetsbaar koelsysteem en een lange opwarmtijd was geschapen. Halverwege de jaren zeventig was de prijs van de ┼ákoda gedaald tot het niveau van de (uit 1948 stammende) Citro├źn 2CV. Inmiddels was het concept van motor en aandrijving achterin niet meer zo populair in de jaren zeventig; steeds meer fabrikanten schakelden over naar voorwielaandrijving. ┼ákoda kreeg een goedkoop imago, en dit werd er niet beter op doordat de wagens vaak na een aantal jaren in handen kwamen van beunhazen en onbekwame sleutelaars die cruciaal onderhoud achterwege lieten - funest voor een auto met smeerpunten en handmatig te stellen kleppen, koppeling en remmen. Voor wie zich wel aan het serviceboekje hield en de auto liet onderhouden bij de dealer, was de betrouwbaarheid echter dik in orde en was de prijs-kwaliteitverhouding onverslaanbaar. Nog eenmaal zou ┼ákoda het 1000 MB-concept moderniseren: in 1984 werden 130-modellen voorzien van een De Dion-achterasconstructie waarmee de notoire staartlastigheid zo goed als verdween. Het ┼ákoda Rapid 136-model kreeg een cabrioletvariant en de aankleding werd verfraaid. Ook waren alle modellen optioneel af fabriek leverbaar met een LPG-installatie. Dit was met de hoge benzineprijzen in de jaren 80 zeer lucratief. Desondanks liep de verkoop langzaam terug: ┼ákoda was de laatste gezinsauto met de motor achterin. In 1990 liep na 26 jaar de laatste ┼ákoda met motor achterin van de band. Met ruim twee miljoen auto's op basis van de 1000MB kan toch van een succesvol model worden gesproken. De planeconomie had weliswaar elke modernisering geblokkeerd, maar had ook gezorgd dat ┼ákoda kon overleven in een periode dat menig autoproducent, door marktverzadiging, twee oliecrises en economische malaise, de poort had moeten sluiten of was opgekocht. Er verdwenen meerdere kleinere Europese automerken in de jaren zestig en zeventig zoals Borgward, Hansa, Messerschmitt, NSU, DKW, Glas, Hanomag, Simca, Panhard, Hillman, Wolseley, Sunbeam, Abarth, Innocenti, Iso, Puch en het Nederlandse Daf. ┼ákoda was er nog steeds. En er gloorde een nieuwe tijd. Favorit en Forman, het keerpunt Zie ┼ákoda Favorit voor het hoofdartikel over dit onderwerp. ┼ákoda Favorit (1987) Het keerpunt kwam in 1987 toen de ┼ákoda Favorit werd gelanceerd. ┼ákoda was niet over ├ę├ęn nacht ijs gegaan: voor het ontwerp was gebruikgemaakt van Bertone, de cilinderkop was onder handen genomen door Ricardo en voor het ontwerp van de motorophanging, aandrijflijn en stuurinrichting was Porsche gecontracteerd. De ontwikkeling werd hierdoor echter al snel te kostbaar, en al na de eerste ontwerpen werden de "westerse" contracten ontbonden en werkten de ┼ákoda-ingenieurs het ontwerp in minder dan een jaar zelf af. Het resultaat was een wat vierkant ogende voorwielaandrijver in de lijn van de VW Golf, met het bekende 1300cc motorblok en een soepele vijfversnellingsbak. Het was wederom een ruime en comfortabele auto geworden voor een lage prijs, maar nu met de configuratie van motor en aandrijving voorin - waarmee Volkswagen, Renault, Peugeot en Fiat weer recht in de ogen kon worden gekeken. De Favorit en de stationversie Forman werden goed ontvangen in de westerse pers en de export trok flink aan. Felicia, geen Oostblok meer Zie ┼ákoda Felicia voor het hoofdartikel over dit onderwerp. ┼ákoda Felicia (1994) Na de val van het IJzeren Gordijn werd het bedrijf in 1989 geprivatiseerd. Door het wegvallen van de goedkope arbeidskrachten (door een amnestieregeling na de Fluwelen Revolutie) kreeg ┼ákoda -met een productiecapaciteit van ca. 100.000 eenheden per jaar- het moeilijk en er moest er naar een partner gezocht worden. Renault, BMW en Volkswagen hadden interesse, maar VW bleek als enige bieder het voortbestaan van de productiecapaciteit in Mlad├í Boleslav te garanderen. In 1991 werd 30% van de aandelen daarom verkocht aan de Volkswagen Group. Enkele VW-ontwerpers gingen direct aan de slag bij ┼ákoda, wat in 1994 resulteerde in de Felicia, een modernisering op basis van de Favorit en feitelijk het laatste zelfstandige ┼ákoda-ontwerp. Octavia en Fabia Zie ┼ákoda Octavia en ┼ákoda Fabia voor de hoofdartikelen over dit onderwerp. ┼ákoda Octavia I (1996) De Belgische ontwerper Dirk Van Braeckel tekende de Octavia die in 1996 op de markt verscheen als middenklasse hatchback, gebaseerd op het VW Golf-platform. In 1999 werd de Felicia opgevolgd door de Fabia. ┼ákoda kreeg in enkele jaren de reputatie terug die het merk in de jaren van stagnatie was kwijtgeraakt: degelijk, betrouwbaar, slim ontworpen en niet te duur. Tussen 1996 (het jaar van de Octavia) en 2011 verdubbelde de productie van ca. 350.000 tot 700.000 per jaar, waarmee ┼ákoda een van de snelstgroeiende Europese merken werd. Superb Zie ┼ákoda Superb voor het hoofdartikel over dit onderwerp. ┼ákoda Superb (2002) In 2002 ontwikkelde ┼ákoda op basis van de Chinese VW Passat de Superb. Daarmee trad het merk voor het eerst sinds 1939 weer toe tot de grote middenklasse. Deze Superb bleek vooral als taxi geliefd te worden, maar een groot succes bij de reguliere autobezitter bleef uit. Dat veranderde in 2008 met de Superb II; het ontwerp was evenwichtiger geworden en de auto had het voordeel zowel een sedan als hatchback te zijn, door de dubbel uitgevoerde achterklep. Deze constructie is een unicum. MPV en SUV Niet iedereen weet dat de VW Touran een ┼ákoda-ontwerp is. Het uitbrengen van een MPV door ┼ákoda terwijl VW er geen in de aanbieding had, ging het moederconcern te ver.[bron?] ┼ákoda ontwikkelde later de Kodiaq, Karoq en Kamiq. Elk een ander segment SUV. ┼áKODA KODIAQ (2017) Greenline Om tegemoet te komen aan de vraag naar beperking van het brandstofverbruik de CO2-uitstoot, brengt ┼ákoda van alle modellen een greenline versie uit. Een laag verbruik wordt gerealiseerd door gebruik te maken van motoren met een relatief kleine cilinderinhoud, langere eindoverbrengingen, start-stopsysteem, een regeneratief remsysteem, een verlaagd onderstel en banden met een lage rolweerstand. Uitstootschandaal Zie Dieselgate voor het hoofdartikel over dit onderwerp. In september 2015 kwam aan het licht dat het moederconcern van ┼ákoda, Volkswagen, op grote schaal fraude had gepleegd met emissiewaarden van zijn met dieselmotoren uitgeruste auto's. Jarenlang had het voertuigen uitgerust met motorsoftware die detecteerde wanneer het voertuig op de testbank stond en dan het nodige deed om aan de stikstofoxidennormen te voldoen. De afwijkingen waren dermate groot dat de wagens zonder de vervalsing nooit gehomologeerd zouden zijn.
  10. Jij hebt dus nu 30k gereden. Ik zit nu op 20k in 6 maanden, alleen woon-werk verkeer want ik heb geen tijd om priv├ę te rijden....
  11. Morgen weer een topper: Ajax - PSV. Als je goed wil verdienen dat moet je je geld op PSV inzetten: op elke euro die je inzet krijg je er meer dan 7 terug als PSV wint.... ­čść
  12. Gister weer Lucky-Feyenoord gezien?? ­čśů