Wat verschrikkelijk slecht geschreven, met allerlei essentiele stappen die ontbreken, en tijdlijnen die anders lijken te zijn dan deze in de praktijk waren.
Halverwege de vorige eeuw was in de praktijk het enige elektrische licht met echte bolletjes met gloeidraad, en er waren eigenlijk maar twee varianten, de gele jodiumlampen zoals die voor in Frankrijk geregistreerde voertuigen verplicht was, die weinig licht gaf, maar ook niet snel tegenliggers verblindde. De tegenhanger daarvan was wat in die tijd de 'witte' gloeilamp was, deze gaf meer licht, maar verblindde ook meer bij groot licht of slechte afstelling. Hierboven zo'n voorbeeld zoals dat in mijn eerste Golf zat, gewoon dubbele gloeidraad, waar de 2e gloeidraad voor het grootlicht is. Tot in de jaren 60 vond je zowel 6 Volt als 12 Volt systemen in auto's, en dus ook verschillen in de bedrijfsspanning voor de gebruikte lampen, en daarnaast allerlei variaties in fittingen (allerlei bajonetfittingen, schroefdraad fitting enz).
De tijd van de letterlijke richtingaanwijzers, heb ik nog een beetje meegemaakt, maar veel auto's die daar mee uitgerust waren (altijd in de B-stijl) waren toen bijna allemaal aangepast met een lampje op de uitgeklapte richtingaanwijzer (die vastgezet was, en niet meer in kon klappen).
In 1962 is officieel de H1 halogeenlamp gekomen, in de praktijk zijn tweede helft zeventiger jaren de dure auto's als eerste met halogeenverlichting gekomen (feller licht, langere levensduur, en minder teruggang in lichtopbrengst tijdens de levensduur). Mijn eerste Golfje (bouwjaar 1979) had nog gewone gloeilampen, de tweede was wat luxer uitgevoerd en iets jonger (bouwjaar 1981) had H4 koplampen met één gloeidraad voor dimlicht en één voor grootlicht.
De ronde koplampen tot halverwege jaren 70, waren ook populair omdat ze niet merkgebonden waren, en één fabrikant van koplampen vaak voor meerdere merken/modellen koplampen maakte, die vaak gelijk waren of kleine verschillen in de chroomrand (ook gunstig voor allerlei kleine autofabrikanten). In de jaren 70 begonnen ontwerpers steeds meer naar afwijkend gevormde vierhoekige koplampen te gaan, om zo wat herkenbaars te creëren, denk bijvoorbeeld aan de eigenaardig gevormde koplampen van de Peugeot 504:
Ondertussen is de lichttechnologie verder gegaan en zijn we ondertussen via Xenon bij Led verlichting gekomen, neveneffect van die technische ontwikkeling is dat het benodigde frontaal oppervlak voor goede koplampen steeds kleiner is geworden. Daardoor hebben auto-ontwerpers meer vrijheid gekregen in hun ontwerp en zie je tegenwoordig de meest bijzonder gevormde lampunits op hedendaagse auto's.